23 maart 2003 – 6 augustus 2015

Mijn grote kleine vriend is heengegaan. Gisteravond 6 augustus heb ik hem na een strijd tegen de ziekte e. cuni culi moeten laten inslapen. Het ging niet meer.

Begin 2015 begon hij wat slechter op zijn pootjes te staan en soms licht te schudden met zijn kop. De dierenarts kwam al snel tot de conclusie dat het zeer waarschijnlijk e. cuni culi is. Dat is een parasiet die circa 80% van de konijnen onder de leden heeft en vooral bij ouderdom en minder weerstand actief wordt. Het tast onder andere het zenuwstelsel aan, kan verlamming van de achterpoten veroorzaken en nog een aantal nare verschijnselen.

Helaas is er geen 100% werkend medicijn om de parasiet te bestrijden. Wel zijn er medicijnen die soms wel aanslaan en kunnen zorgen voor het deactiveren van de parasiet. De parasiet blijft wel in het lichaam.

De afgelopen maanden verliepen letterlijk met vallen en opstaan. Hij stond wankel op zijn pootjes en viel af en toe om. Opstaan werd ook steeds moeilijker en uiteindelijk ging het helemaal niet meer. Via een camera hield ik hem op afstand in de gaten en als het weer zover was reed ik in de pauze naar huis om hem overeind te zetten en te laten eten en drinken. Daarna reed ik weer terug naar het werk. De afgelopen weken kon ik dagelijks in de pauze naar huis. Ik heb ’s nachts op de kussens van de bank in mijn slaapzak naast Guus geslapen en gewaakt. Ik zette ’s nachts de wekker om te kijken of alles goed met hem ging. En van alles geprobeerd om hem er boven op te helpen.

Guus had een sterke wil om te leven. Zijn medisch dossier is tientallen pagina’s lang en steeds bleef hij doorgaan. Ik had jaren geleden met hem afgesproken dat hij minimaal 10 jaar moest worden. Guus hield zich aan de afspraak. Toen ik in eind 2012 een bouwkavel in Schüttorf had gekocht heb ik hem uitgedaagd om in ieder geval zo lang in leven te blijven totdat het nieuwe huis af is zodat ik hem op een mooi plaatsje in de nieuw tuin kan begraven. Ook dat heeft hij volgehouden: op 12 december 2014 zijn we met zijn tweetjes verhuisd naar het nieuwe huis. Guus heeft nu een mooi plekje in de tuin gekregen waar hij vredig kan rusten.


The life of Guus 

Ik herinner me nog zo goed hoe mijn ex-vriendin Ivonne en ik naar de konijnenopvang in Hilversum gingen en Guus daar zagen zitten in zijn kooi. We waren beiden op slag verliefd. Hij heeft daarvoor bij een fokker gezeten en was op dat moment circa 1 jaar oud. We hebben hem meegenomen en na 1 dag in de kooi opgesloten te zijn geweest om te wennen hebben we hem na die dag vrij door het appartement laten lopen. 24 uur per dag, 7 dagen per week. Vanaf dag 1 was hij zindelijk en hij luisterde als we hem corrigeerden nadat hij kattenkwaad had uitgehaald. Daarna deed hij het (meestal) niet meer.

Nadat Ivonne en ik uit elkaar zijn gegaan is Guus meeverhuisd naar Veldhausen, Duitsland. Meneer had het snel naar zijn zin en genoot van de grote tuin. Als ik thuis was bleef hij meestal bij mij in de buurt en lag in lekker te slapen. TV kijken deden we ook samen. Ik lag op de bank en Guus lag een verdieping hoger boven op de rugleuning.  Hij was soms net een kat.

Als ik naar bed ging en de badkamer inliep om mijn tanden te poetsen, dan kwam hij achter me aan, ging in de deuropening zitten en begon zijn snuit en vacht wassen. Daarna sprong hij op het bed en ging aan het voeteneind languit op zijn kleed liggen. Samen lazen we dan meestal wat en hij genoot van het aaien. Als ik wilde slapen deed ik kort het licht uit en daarna weer aan. Guus wist dan genoeg en sprong van het bed af en kroop onder het bed. Jarenlang hebben wij op maximaal 30 cm afstand van elkaar geslapen.

Als ik ergens een paar dagen naartoe ging nam ik hem soms mee. Guus lag of zat dan voorin op de bijrijdersstoel op zijn kleedje en hij vond het allemaal prima. Ik heb me vaak verwonderd hoe goed zijn geheugen was. Als we ergens bijvoorbeeld een half jaar niet waren geweest, dan wist hij precies zijn lievelingsplekjes nog en ging daar direct weer liggen.

In 2006 ben ik zeven weken op reis geweest naar onder andere Australië. Hij heeft in die tijd bij mijn ouders gelogeerd. Guus sliep onder het bed in mijn oude slaapkamer. Bijna iedere morgen rond een uurtje of 7 kroop hij onder het bed vandaan en huppelde naar de slaapkamer van mijn ouders. Hij ging dan onder het raam staan en begon dan te krabbelen aan de muur. Mijn moeder werd dan wakker van het geluid en dan wist ze al genoeg. Ze stond dan op en trok haar badjas aan. Guus rende ondertussen de trap af en stond al in de keuken bij de achterdeur te wachten om naar buiten te worden gelaten. Mijn moeder opende dan de achterdeur en hij huppelde vrolijk naar buiten om gras te eten en te genieten van het buitenzijn.

Ik vergeet ook nooit meer dat hij bij mijn ouders languit onder de salontafel lag te slapen en hij nodig moest plassen. Meneer staat op, huppelt naar de keuken, gaat de gang in, rent de trap op, gaat naar mijn oude slaapkamer en springt daar in zijn kooi om te plassen. Na het plassen springt hij uit zijn kooi, huppelt de route in tegengestelde richting terug en gaat weer op dezelfde plek onder de salontafel liggen. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was voor hem. Wij hebben vol verbazing toegekeken en ons verwonderd over de intelligentie van een konijn.

De laatste paar jaar zag je Guus echt ouder worden en lag hij veel te slapen. Hij was blij met zijn hapje en zijn drankje en genoot van zijn rust. De sprongen werden kleiner en de huppelafstanden werden vaker onderbroken om even uit te rusten. Voor lekker eten kon je hem wakker maken. Sterker nog, op 10 meter afstand rook hij binnen 30 seconden dat ik borrelnootjes aan het eten was en kwam hij in rap tempo naar mij toe gehuppeld om ook een paar nootjes te scoren. Ik zag veel gelijkenissen met een oude man die lekker in zijn luie stoel geniet van zijn borreltje, zijn maaltijd en zijn beperkte uitzicht. Hoe ouder je wordt, hoe kleiner de wereld om je heen. En hoe tevreden je kunt zijn met de kleine dingen.

Guus was geen gewoon konijn, het was een bijzonder konijn. Bij de dierenarts was Guus ondertussen een beroemdheid en iedereen wist wie Guus was. De assistentes kwamen altijd even kijken als we er waren en kreeg ‘ie een aai over zijn bol. Ook ‘vage bekenden’ van mij die Guus nog nooit hadden gezien vroegen hoe het met Guus ging en wisten zijn naam. Ook dat heeft me vaak verbaasd. Ik denk dat het kwam omdat veel mensen niet weten dat je een konijn ook buiten een kooi kunt houden en het meer vrijheid kunt geven en daarom verbaasd waren over zijn way of living. Ik blijf het herhalen: Konijnen zijn slimmere dieren waar je meer plezier aan kunt beleven dan de meeste mensen weten.


Afscheid 

Het afscheid van zo’n bijzonder konijn bezorgt mij veel verdriet. Ik mis mijn mattie heel erg. Maar weet ook dat Guus in konijnenjaren al over de 100 jaar oud was. Er is een tijd van komen en een tijd van gaan. En daar heb ik vrede mee. Ik ben heel dankbaar dat ik zoveel jaar van Guus heb mogen genieten en hopelijk hij van mij. We hebben een bijzondere band gehad, ook al weet ik dat het maar een konijn was. Er kan iets heel moois zijn tussen mens en dier. Ik heb Guus altijd in zijn waarde gelaten en hem zelf laten kiezen of hij bijvoorbeeld bij me wilde liggen. Ik riep hem gewoon en dan kwam hij wel of niet bij me liggen. Waardering, respect, vrijheid en liefde zijn daarom denk ik de sleutelwoorden.

Lieve Guus, je zult altijd in mijn herinnering blijven en ik zal je hier onwijs missen. Maar ik weet zeker dat je in de konijnenhemel gelukkig zult zijn en veel konijnenvriendjes en -vriendinnetjes zult krijgen. Dankjewel voor de mooie tijd samen. Rust zacht mijn grote kleine vriend.